Het voorwerp, of goede foto's
Het liefst het object zelf; scannen gebeurt aan het voorwerp, niet aan een foto. Kan dat niet, stuur dan scherpe foto's van alle kanten met een liniaal erbij.
Je hebt iets in je hand en geen bestand. Een 3D-scan legt de vorm van dat voorwerp digitaal vast, zodat je het opnieuw kunt laten maken of er iets omheen kunt ontwerpen. Je krijgt een mesh terug: een net van driehoeken dat het oppervlak beschrijft.
Een 3D-scan levert een mesh op: een net van kleine driehoeken dat de buitenkant van je voorwerp beschrijft. Genoeg om het opnieuw te printen of om er een houder omheen te ontwerpen. Het is een digitale afdruk van een oppervlak, geen tekening.
Wat een scan niet oplevert, is een bewerkbaar model. In een mesh kun je geen gat verplaatsen, geen wanddikte veranderen en geen maat bijstellen: alles zit vast in die driehoeken. Verschuif je er een, dan beweegt er een deukje mee en verder niets. Moet het onderdeel aanpasbaar worden, dan wordt het opnieuw opgebouwd als CAD-model, en dat is reverse engineering.
Scannen legt bovendien vast wat er is, niet wat de ontwerper bedoelde. Een versleten tandwiel scant als een versleten tandwiel, met krassen en verbogen randen erbij. Handig als je het voorwerp wilt vastleggen zoals het nu is, hinderlijk als je de oorspronkelijke maten zoekt. Hoe het meten werkt, staat bij 3D-scannen in de kennisbank.
Wat je aanlevert, wat je terugkrijgt en wat we afstemmen.
Een net van driehoeken dat alleen de buitenkant van een voorwerp beschrijft: punten en de driehoeken ertussen, en verder niets. Geen cilinders, geen gaten, geen vlakken. Je kunt een mesh schalen, repareren en printen, maar niet op maat aanpassen.
Van mesh naar bewerkbaar modelEen scanner werkt met licht. Wat dat licht terugkaatst, wordt vastgelegd. Wat het spiegelt, opslokt of doorlaat, wordt een probleem.
Een optische scanner projecteert licht op het voorwerp en kijkt vanuit een andere hoek hoe dat licht vervormt. Uit die vervorming volgt de vorm. Waar geen bruikbaar signaal terugkomt, komt geen vorm uit.
Bijna elk probleem heeft een oplossing, maar die kost tijd of raakt het voorwerp. Mattingspray maakt een glimmend of zwart oppervlak meetbaar; dat poeder gaat er weer af, al bespreek je het bij een afgewerkt stuk liever vooraf. Wat uit elkaar kan, scan je per deel, en wat de scanner niet ziet meten we met de hand op. Welke route past, hangt af van het doel: een model dat alleen geprint wordt mag ruwer zijn dan een model waar maatnauwkeurigheid aan hangt.
Mat, licht en stug: Een mat oppervlak strooit licht gelijkmatig terug en een stug voorwerp blijft staan waar je het neerzet. Voorbereiding is niet nodig.
Glimmend chroom en spiegelend metaal: Een spiegel kaatst het licht weg van de scanner. Je krijgt gaten of ruis in de meting; bestuiven lost dat op.
Glas en transparante kunststof: Licht gaat er doorheen en breekt, dus de scanner meet iets achter het oppervlak. Bestuiven helpt, heldere stukken blijven bewerkelijk.
Diepzwart, mat of hoogglans: Zwart slikt het licht op, zodat er te weinig terugkomt om vorm uit af te leiden. Randen verdwijnen het eerst.
Diepe holtes en ondersnijdingen: Waar geen zichtlijn is, is geen meting. Een smalle boring blijft dicht. Opdelen, meer opstellingen, of die maat handmatig opmeten.
Fijne details en dunne randen: Scherpe hoeken worden altijd iets afgerond: de meetpunten liggen op afstand en de ruimte ertussen wordt ingevuld.
Flexibele voorwerpen: Rubber, siliconen en dunne plaatjes bewegen en zakken door, dus de metingen sluiten niet aan. Opspannen helpt, maar legt de vorm in díe houding vast.
Een scan wordt zo goed als de informatie eromheen. Die context bepaalt waar we scherp op letten en wat we apart opmeten.
Het liefst het object zelf; scannen gebeurt aan het voorwerp, niet aan een foto. Kan dat niet, stuur dan scherpe foto's van alle kanten met een liniaal erbij.
De as die erin past, de afstand tussen twee gaten, de hoogte waarop iets aanslaat. Die nemen we apart mee.
Een pasvlak of lagerzitting is iets anders dan een decoratieve ronding. Zo weten we waar het resultaat strak moet zijn.
Vertel wat kapot, versleten of verbogen is; een scan neemt schade letterlijk over. Een tweede exemplaar dat nog heel is, scheelt gokwerk.
De omgeving bepaalt vaak meer dan het onderdeel zelf. Noem het apparaat of samenstel, en of het klemt, schuift of draait.
Opnieuw laten maken, aanpassen of bewaren: dat doel bepaalt hoe fijn de scan moet zijn en hoeveel opschoonwerk erna nodig is.
Een 3D-scan maakt kopiëren makkelijk, en niet alles mag gekopieerd worden. We scannen en reproduceren geen onderdelen die duidelijk auteursrechtelijk of merkrechtelijk beschermd zijn. Een vervangend klepje voor je eigen apparaat: prima. Een nagemaakt merkproduct: niet. Twijfel je, leg het dan voor voordat je iets opstuurt.
De scan is zelden het eindpunt. Wil je het onderdeel terug zoals het was, dan kan de mesh na een controleronde naar productie: vanaf dat moment is het gewoon 3D printen, doorgaans 7–10 werkdagen, bevestigd bij het bestellen.
Moet er iets veranderen — een dikkere wand, een verplaatst gat — dan is de mesh een tussenstap en wordt het onderdeel opnieuw opgebouwd tot een bewerkbaar model. Dat werk staat apart beschreven. Heb je alleen een schets van iets dat niet meer bestaat, dan kun je beter een 3D-model laten maken.
Wat je zelf in handen krijgt, spreken we bij de opdracht af: soms alleen het geprinte onderdeel, soms een bestand waar je verder mee kunt. Welke bestandsformaten zinnig zijn, hangt af van je doel. Moet het er ook naar uitzien, dan volgt het nabewerken. Voor zakelijke opdrachten is een geheimhoudingsverklaring bespreekbaar.
Kies de route die bij je onderdeel past.
Beschrijf wat je hebt, waar het in moet passen en wat je er daarna mee wilt. Dan hoor je of scannen de verstandigste route is.