Wat bepaalt de oppervlaktekwaliteit?

Laaglijnen, de plek van support, het proces en de gekozen laaghoogte bepalen samen hoe een 3D-print eruitziet en aanvoelt. Je leest hier waar het beeld vandaan komt en welke keuzes het veranderen.

Leestijd5 min leestijd
CategoriePrintkwaliteit

De oppervlaktekwaliteit bepaal je met drie knoppen: het proces (SLA is fijner dan FDM: Ra ~1–3 µm tegen ~6–12 µm), een kleinere laaghoogte en een slimme oriëntatie. Dat is de kern. De rest van dit artikel legt uit waarom, en wat elke keuze kost aan tijd of geld.

Een 3D-print wordt laag voor laag opgebouwd. Die lagen laten fijne lijntjes achter, vooral op schuine en gebogen vlakken. Dat is geen defect, maar een eigenschap van het proces. Als indicatie ligt de ruwheid (Ra) van een onbewerkte FDM-print rond 6–12 µm en van een SLA-print rond 1–3 µm — SLA is dus grofweg drie tot tien keer gladder van de printer af.

Laaghoogte en ruwheid per proces

Indicatieve, in de branche gangbare waarden. Een kleinere laaghoogte geeft een gladder oppervlak maar meer printtijd.

Laaghoogte FDM
0,1–0,3 mm100–300 µm; lijnen zichtbaar
Laaghoogte SLA
0,025–0,1 mm25–100 µm; veel fijner
Ruwheid FDM (onbewerkt)
Ra ~6–12 µm
Ruwheid SLA (onbewerkt)
Ra ~1–3 µm
Na schuren (400–600)
Ra ~1,6–3,2 µm
ABS-dampsmoothing
Ra ~1,6–3,2 µmchemisch glad

De vier dingen die het beeld bepalen

  • Proces: SLA (resin) haalt van nature een gladder, detailrijker oppervlak (Ra ~1–3 µm) dan FDM (Ra ~6–12 µm). FDM is sterker en geschikter voor grote onderdelen.

  • Laaghoogte: Dunnere lagen geven een gladder oppervlak, maar kosten meer printtijd en dus geld. Dikkere lagen printen sneller, maar de lijnen worden zichtbaarder.

  • Oriëntatie en het trappeneffect: Schuine en gebogen vlakken worden benaderd door discrete lagen, wat een 'trappeneffect' geeft dat sterker is bij een flauwe hoek. Verticale en horizontale vlakken zijn het gladst.

  • Support: Overhangen boven ~45° hebben steun nodig. Waar support het onderdeel raakt, blijven sporen achter die ruwer zijn tot ze zijn nabewerkt.

Wat is het trappeneffect (staircasing)?

Omdat een print uit vlakke lagen bestaat, wordt een schuin of rond vlak benaderd door een reeks kleine trapjes. Hoe kleiner de laaghoogte en hoe steiler het vlak, hoe minder je ze ziet. Op een flauw hellend vlak vallen ze het meest op.

FDM of SLA voor het oppervlak?

Staat een strak, glad en detailrijk oppervlak voorop, dan is SLA (resin, Ra ~1–3 µm) meestal de betere keuze. Gaat het om een groter, functioneel onderdeel waarbij sterkte belangrijker is dan finesse, dan past FDM beter, eventueel met nabewerking op de zichtvlakken.

Vergelijk de materialen
Supportsporen horen bij overhangende vormen

Onderdelen met overhangen steiler dan ongeveer 45° hebben tijdens het printen steun nodig. Waar die steun het onderdeel raakt, ontstaan sporen. Een doordachte oriëntatie beperkt de hoeveelheid support en houdt de sporen weg van zichtvlakken.

Nabewerking: wat het wel en niet doet

Nabewerking kan het oppervlak meetbaar gladder maken, maar verandert de aard van het proces niet: het blijft een laagsgewijze print. De gangbare technieken en wat ze halen:

  • Schuren (oplopende korrel, nat bij de fijne stappen) brengt FDM naar Ra ~1,6–3,2 µm en verwijdert de laaglijnen.
  • Dampsmoothing (ABS/ASA met een geschikt oplosmiddel) smelt de buitenste huid glad tot Ra ~1,6–3,2 µm, zonder materiaal toe te voegen.
  • Grondlaag en verf vullen resterende lijnen en geven een egale, gekleurde afwerking.
  • Uitharden (SLA) is geen cosmetische stap maar verplicht: na het wassen ontwikkelt een UV-nabehandeling de uiteindelijke hardheid en eigenschappen.

Bij Online 3D Printen is nabewerking een van de factoren die de prijs en levertijd bepalen. Welke nabewerking voor jouw onderdeel en proces mogelijk is, hoor je bij het uploaden of vraag je na. Beschrijf het gewenste eindresultaat, dan geven we aan wat haalbaar is.

Wanneer weegt oppervlak zwaar?

Investeer in afwerking bij

  • Zichtbare, presentatiegerichte onderdelen
  • Onderdelen die je verft of coat
  • Vlakken die glad moeten aanvoelen
  • Producten die een klant beoordeelt

Minder belangrijk bij

  • Interne, onzichtbare onderdelen
  • Functionele delen waar sterkte telt
  • Prototypes voor alleen vorm of maat

Zo stuur je op het gewenste beeld

Geef vooraf aan welke vlakken zichtbaar zijn en hoe glad ze moeten zijn. Met die informatie kunnen we het proces kiezen (SLA voor finesse, FDM voor sterkte), de oriëntatie zo instellen dat support en zichtbare lijnen zoveel mogelijk aan de achterkant of onderkant terechtkomen, en de laaghoogte afstemmen op de gewenste finesse. Vraag je het maximale detail, houd dan rekening met meer printtijd, want een halvering van de laaghoogte verdubbelt ruwweg het aantal lagen.

Een oppervlak is dus geen vast gegeven, maar een keuze met een prijs. Wil je zelf verder afwerken, dan helpt een kleinere laaghoogte om het schuren en verven makkelijker te maken.

Veelgestelde vragen over oppervlaktekwaliteit

Lees verder

Uiterlijk hangt samen met maat en met de printrichting.

Een zichtbaar onderdeel dat er goed uit moet zien? Vertel wat je wilt

Beschrijf welke vlakken zichtbaar zijn en hoe glad ze moeten zijn. Dan stemmen we proces, oriëntatie, laaghoogte en nabewerking daarop af.