FDM of SLA: welke techniek past bij jouw onderdeel?
Detail en oppervlak wijzen naar SLA, kracht en warmte naar FDM. De twee liggen niet op één as: SLA is niet de betere FDM, en ze falen op andere manieren.
Gaat het om hoe het onderdeel eruitziet, of om wat het moet doorstaan? Dat is de hele vraag. Telt het oppervlak, het fijne detail, de scherpe rand — dan wordt het SLA. Moet het kracht opnemen, warm worden of groter zijn dan een schoenendoos, dan wordt het FDM.
De meeste overzichten die je vindt zetten er vijf of zes technieken naast, waarvan de helft industriële processen die je bij een losse opdracht toch niet krijgt. Dat maakt de keuze eerder groter dan kleiner. Wij printen precies deze twee en verder niets, dus dit is ook geen verkapte doorverwijzing naar een duurder proces.
Waar het in de praktijk op vastloopt, is dat de twee niet op één as liggen. SLA is niet de betere FDM en FDM is niet de goedkopere SLA. Ze falen op andere manieren, en dat bepaalt welke bij jouw onderdeel past.
FDM en SLA naast elkaar
Indicatieve waarden voor wat wij printen. Ze verschuiven per materiaal, per geometrie en per instelling, dus gebruik ze om richting te kiezen.
Twee manieren om hetzelfde te bereiken
FDM smelt een kunststofdraad en legt die laag voor laag neer via een nozzle, meestal 0,4 mm breed, in laaghoogtes van 0,1 tot 0,3 mm. Het onderdeel groeit op als een stapel platte plakken. Dat is robuust, goedkoop en schaalt naar grote formaten, maar je ziet het aan het resultaat: de laagovergangen blijven zichtbaar, en de nozzlediameter zet een ondergrens op hoe fijn een detail kan zijn.
SLA werkt andersom: een bak vloeibare hars wordt met licht selectief uitgehard, laagje voor laagje, met een ondergrens tot ongeveer 0,02 mm. Er is geen nozzle die de fijnheid begrenst, dus scherpe randen, dunne structuren en kleine letters komen er wél uit. De prijs daarvan is dat het onderdeel nat en zacht van de machine komt en nog niet af is.
Beide bouwen in lagen op, en bij beide bepaalt de laagdikte hoeveel detail je krijgt en hoe lang het duurt. Alleen zit er bij SLA een factor tien tussen de laagjes.
FDM en SLA, indicatief vergeleken
Relatieve scores van 1 tot 5, bedoeld om richting te kiezen. Geen meetwaarden. Meer punten is gunstiger.
| Eigenschap | FDM | SLA |
|---|---|---|
| Fijn detail | ||
| Oppervlak zonder nabewerking | ||
| Maatnauwkeurigheid | ||
| Mechanische belastbaarheid | ||
| Hittebestendigheid | ||
| Grote onderdelen | ||
| Keuze uit materialen | ||
| Gunstige prijs per onderdeel |
Waar SLA wint: alles wat je ziet
Een SLA-onderdeel komt vrijwel glad van de machine. Geen laaglijnen die je met je duim voelt, geen trapjes op schuine vlakken, geen vervaagde tekst. Voor een presentatiemodel, een miniatuur, een sieraadvorm of iets dat gefotografeerd wordt, scheelt dat niet alleen esthetiek maar ook uren werk: bij FDM koop je datzelfde oppervlak met schuren, plamuren en spuiten, en dat is handwerk dat per stuk terugkomt.
Het tweede punt is fijnheid. Een detail dat smaller is dan de nozzle kan een FDM-printer domweg niet leggen. Denk aan een gegraveerd serienummer, een dunne ribbe, een fijn rooster of een schaalmodel waarin een raamkozijn nog een raamkozijn moet zijn. SLA legt dat wel neer.
En het derde: bij FDM laten supports zichtbare sporen achter op de vlakken die ze dragen. Bij SLA gebeurt dat ook, maar de contactpunten zijn veel kleiner en beter weg te werken.
Waar FDM wint: alles wat het moet doorstaan
Resin is stijf en haalt op papier een nette treksterkte, maar het is bros: het buigt niet mee, het breekt. Een klikvinger, een scharnier, een beugel die af en toe een tik krijgt — daar gaat resin eerder stuk dan PETG, dat juist vervormt in plaats van te bezwijken.
Warmte is het tweede verschil, en het is groot. Standaardhars ligt met een HDT van 58 tot 73 °C in de buurt van PLA. Aan de FDM-kant staat daar een compleet palet tegenover, tot en met polycarbonaat met een Tg rond 145 °C. Moet het onderdeel tegen een warme motor, een verwarming of een zomerse auto, dan valt SLA meteen af.
Daar komen formaat en prijs bij. Het bouwvolume van een SLA-printer is kleiner, dus grotere onderdelen moeten worden opgedeeld en gelijmd. En per onderdeel is FDM voordeliger: minder materiaalkosten, geen verplichte nabewerkingsstap.
Een FDM-onderdeel is opgebouwd uit lagen die aan elkaar gesmolten zijn, en die hechting is zwakker dan het materiaal zelf. Trek je in het vlak van een laag, dan komt het onderdeel dicht bij de datasheetwaarde; trek je er loodrecht op, dan bezwijkt het langs de naad. Dat heet anisotropie, en het maakt de printrichting een ontwerpkeuze in plaats van een detail. SLA is hierin gelijkmatiger, omdat de hars doorhardt over de laaggrens heen — maar dat maakt een resin-onderdeel niet taaier, alleen gelijkmatig bros.
De maten waar het in de praktijk op vastloopt
Startpunten voor je ontwerp, geen specificatie. Wat jouw onderdeel haalt hangt af van geometrie, materiaal en oriëntatie.
Het onderdeel wordt eerst gewassen, meestal in IPA, om ongeharde hars te verwijderen, en daarna onder UV na-uitgehard — dat is geen cosmetische stap maar het moment waarop de uiteindelijke hardheid ontstaat. Volledig gesloten holtes hebben daarom een afvoergat nodig, anders blijft er vloeibare hars in zitten. Wij doen dit voor je, maar het verklaart wel waarom SLA per onderdeel meer kost en waarom het ontwerp er rekening mee moet houden. Print je zelf, lees dan eerst hoe je veilig omgaat met chemische stoffen.
Wanneer kies je welke?
Kies SLA als
- Het oppervlak meetelt: presentatie, foto, klantbeoordeling
- Er fijne details in zitten: tekst, ribben, roosters, schaalmodellen
- Het onderdeel klein is en binnen blijft
- Je een vorm of mal nodig hebt die scherp moet aflopen
- Nabewerken bij FDM meer tijd kost dan het prijsverschil
Kies FDM als
- Er kracht op komt, of het onderdeel klappen moet opvangen
- Het warm wordt of buiten komt te liggen
- Het groter is dan een SLA-bouwvolume aankan
- Je een specifiek materiaal nodig hebt: taai, flexibel, UV-vast
- De prijs per stuk telt, bijvoorbeeld bij meerdere exemplaren
Het is zelden een gelijkspel, en soms allebei
In de praktijk wijst één eigenschap de weg en volgt de rest. Een behuizing die op een beurs moet staan: SLA, tenzij hij te groot is. Een beugel die iets moet dragen: FDM, ook al is het oppervlak dan minder mooi. Een tandwiel: FDM, want bros en tandwiel gaan niet samen. Een miniatuur: SLA, zonder verdere discussie.
Twijfel je echt, dan is dat vaak een teken dat het onderdeel twee verschillende eisen combineert — en dan is het splitsen van het model een betere oplossing dan het kiezen van een compromis. Een functionele drager in PETG met een zichtbare kap in resin is een normale combinatie, zeker bij een prototype dat je aan iemand laat zien.
Gaat het om de keuze binnen FDM in plaats van tussen de technieken, dan is de materiaalvraag de volgende: daarover gaat ASA of ABS.
Veelgestelde vragen over FDM en SLA
Reken beide door op je eigen model
Het prijsverschil tussen de twee technieken hangt volledig af van jouw geometrie, niet van een tarief per kilo. Upload het bestand in de printtool en wissel van materiaal: je ziet direct wat FDM en SLA voor precies dit onderdeel kosten. Levertijd doorgaans 7–10 werkdagen, bevestigd bij het bestellen.
Upload je model en vergelijk FDM en SLA op je eigen onderdeel
Wissel in de printtool van materiaal en zie wat het verschil doet met de prijs voor dit specifieke model.
- Prijs direct in beeld
- FDM en SLA, zeven materialen
- Levertijd doorgaans 7–10 werkdagen
Verder lezen
De technieken en materialen uit dit artikel, verder uitgewerkt.
- #FDM
- #SLA
- #Techniekkeuze
- #Resin
Meer over deze technieken
FDM: hoe het werkt en waar het past
Gesmolten filament, ruim bouwvolume, breed materiaalpalet.
SLA: detail, oppervlak en nabewerking
Hars uitgehard met licht, fijn detail, verplicht na-uitharden.
ASA of ABS: welke kies je?
De materiaalvraag binnen FDM, als het onderdeel buiten komt.