Laagdikte: wat 0,1, 0,2 of 0,3 mm voor je onderdeel betekent

De laagdikte (laaghoogte) is de dikte van elk laagje dat de printer opbouwt. Het is de meest zichtbare instelling: ze bepaalt hoe fijn je onderdeel eruitziet, hoe lang het printen duurt en dus wat het kost. Je hoeft haar niet zelf in te stellen — wij kiezen ze op basis van je onderdeel. Hier lees je wat de keuze inhoudt.

Leestijd7 min leestijd
CategorieInstellingen

De laagdikte (ook laaghoogte genoemd) is de hoogte van elk gestapeld laagje van je 3D-print: bij FDM werken wij doorgaans met 0,1 tot 0,3 mm, bij SLA (resin) veel fijner, met 0,025 tot 0,1 mm. Het is de instelling die je het duidelijkst terugziet op het eindresultaat, want ze bepaalt hoe zichtbaar de laaglijnen zijn en hoe scherp fijne details worden weergegeven.

Belangrijk om te weten: laagdikte is een afweging, geen kwaliteitsknop die je zomaar op de hoogste stand zet. Een kleinere laaghoogte geeft een fijner oppervlak en meer detail, maar kost meer printtijd en dus geld — een halvering van de laagdikte verdubbelt ruwweg het aantal lagen. Een grotere laaghoogte print sneller en goedkoper, maar de laaglijnen worden zichtbaarder. Jij hoeft alleen aan te geven wat voor jouw onderdeel het zwaarst weegt: fijn detail en een glad oppervlak, of een scherpe prijs en snelle levering. Wij stemmen de laaghoogte daarop af.

Wij stellen de laagdikte voor je in

Je hoeft geen slicer te bedienen. Upload je model en geef aan of detail en oppervlak vooropstaan of juist prijs en snelheid; dan kiezen wij de laaghoogte en het proces (FDM of SLA) die daarbij passen. De getallen hieronder zijn gangbare, indicatieve waarden om de afweging te begrijpen.

Gangbare laaghoogtes bij FDM (0,4 mm nozzle)

Indicatieve richtwaarden. Een kleinere laaghoogte geeft meer detail; een grotere print sneller en goedkoper.

0,08–0,12 mm — fijn detailZichtbare modellen, figuren, scherpe tekst
0,16–0,20 mm — standaardPrototypes, behuizingen, functionele delen
0,24–0,32 mm — snelGrote onderdelen, testprints, lage prijs
Adaptief (variabel)Fijn waar het model bol is, grof waar het recht is
Vuistregel: laaghoogte blijft onder de nozzle-diameter; met een 0,4 mm nozzle is 0,12–0,28 mm het betrouwbare bereik.

Laaghoogte per proces

FDM bouwt in dikkere lagen dan SLA. Daardoor is SLA van de printer af fijner, en FDM sneller en goedkoper voor grotere onderdelen.

FDM (filament)
0,1–0,3 mm100–300 µm; lijnen zichtbaar
SLA (resin)
0,025–0,1 mm25–100 µm; veel fijner detail
Ruwheid FDM (onbewerkt)
Ra ~6–12 µmlaaglijnen voelbaar
Ruwheid SLA (onbewerkt)
Ra ~1–3 µmgladder eindresultaat

Wat verandert er als de laagdikte kleiner of groter wordt?

Detail en oppervlak. Dit is het duidelijkste effect. Dunnere lagen laten minder zichtbare lijntjes achter, vooral op schuine en gebogen vlakken, en geven fijne details en tekst scherper weer. Dikkere lagen maken het trappeneffect zichtbaarder.

Printtijd en prijs. De printtijd is de grootste kostenpost. Ga je van 0,2 naar 0,1 mm, dan verdubbelt het aantal lagen ongeveer en daarmee de printtijd. Ga je naar 0,3 mm, dan gaat het juist sneller en goedkoper. Voor een groot, weinig zichtbaar onderdeel is een grotere laaghoogte daarom vaak de verstandige keuze.

Sterkte. Een kleinere laaghoogte maakt een onderdeel niet automatisch sterker. De sterkte hangt vooral af van de printrichting (laagrichting) en de wanddikte. Soms geeft een iets grotere laaghoogte zelfs een fractie betere laaghechting, doordat er per laag meer warmte in het materiaal blijft.

0,1 vs 0,2 vs 0,3 mm afgewogen

Indicatieve vergelijking van drie gangbare FDM-laaghoogtes. Een hogere score is gunstiger voor die eigenschap.

Eigenschap0,1 mm0,2 mm0,3 mm
Fijn detail en oppervlak
Korte printtijd
Lage prijs
Geschikt voor grote onderdelen
Makkelijk zelf na te bewerken
Wat is het trappeneffect (staircasing)?

Omdat een print uit vlakke lagen bestaat, wordt een schuin of rond vlak benaderd door een reeks kleine trapjes. Hoe kleiner de laaghoogte, hoe minder je die trapjes ziet. Op een flauw hellend vlak vallen ze het sterkst op.

SLA: laaghoogte werkt anders

Bij SLA (resin) hardt vloeibare hars laag voor laag uit met licht, in laagjes van 0,025–0,1 mm. Daardoor is het oppervlak van de printer af al veel gladder (Ra ~1–3 µm) en zijn fijne details scherper dan bij FDM. Kies je SLA, dan is een grotere laaghoogte binnen dat bereik vooral een kwestie van snelheid; het detail blijft hoog.

Voor onderdelen waar het allerfijnste detail of het gladste oppervlak telt — kleine figuren, sieraden, tandheelkundige of visuele modellen — adviseren we daarom vaak SLA in plaats van een extreem kleine FDM-laaghoogte. Gaat het om een groter of dragend onderdeel, dan weegt de sterkte en de prijs van FDM meestal zwaarder.

Wanneer kiezen wij een kleine laaghoogte?

Kleine laaghoogte loont bij

  • Zichtbare, presentatiegerichte onderdelen
  • Fijne details, tekst of scherpe randen
  • Vlakken die je later verft of coat
  • Kleine modellen waar finesse telt

Grotere laaghoogte volstaat bij

  • Grote onderdelen waar de prijs telt
  • Interne of onzichtbare onderdelen
  • Snelle testprints van vorm en maat
  • Puur functionele delen zonder zichtvlak

Zo geef je je voorkeur door

Je hoeft geen laaghoogte in millimeters te noemen. Beschrijf waar het onderdeel voor dient en wat je belangrijk vindt: moet het er strak uitzien, moet het vooral goedkoop en snel, of gaat het om een functioneel deel dat gewoon moet werken? Geef ook aan welke vlakken zichtbaar zijn.

Met die informatie kiezen wij de laaghoogte, het proces en de oriëntatie in samenhang. Zo voorkom je dat je betaalt voor detail dat niemand ziet, of dat een zichtbaar onderdeel er grover uitkomt dan je had gewild.

Veelgestelde vragen over laagdikte

Lees verder

Laagdikte hangt samen met het oppervlak, de sterkte, de invulling en de printsnelheid.

Detail of prijs: wat weegt zwaarder?

Upload je model en laat ons de laaghoogte kiezen

  • We stemmen laaghoogte af op je onderdeel
  • FDM of SLA, passend bij het gewenste detail
  • Direct de prijs in de tool
Upload je model