Het invullingspercentage, vaak infill genoemd, bepaalt hoeveel materiaal er aan de binnenkant van een 3D-print wordt geplaatst. Een onderdeel is meestal niet volledig massief: de buitenkant bestaat uit wanden en de binnenkant wordt gevuld met een patroon dat sterkte, gewicht, printtijd en materiaalverbruik beïnvloedt.
Invullingspercentage
Een hoger invullingspercentage maakt een onderdeel niet automatisch veel sterker. Voor veel functionele onderdelen zijn wanddikte, printoriëntatie, materiaalkeuze en laaghechting minstens zo belangrijk. Daarom is de beste infill-instelling afhankelijk van de toepassing, niet alleen van het gewenste gevoel van stevigheid.
Wat is infill bij 3D-printen?
Bij FDM 3D-printen wordt een model laag voor laag opgebouwd. De buitenste contouren vormen de wanden van het onderdeel. Binnen die wanden plaatst de slicer een interne structuur: de infill.
Die interne structuur ondersteunt de bovenlagen, geeft het onderdeel stijfheid en voorkomt dat de print onnodig massief wordt. Een invullingspercentage van 0% betekent dat het onderdeel grotendeels hol is. Bij 100% probeert de slicer het onderdeel volledig te vullen.
Wat beïnvloedt het invullingspercentage?
| Effect | Wat er verandert |
|---|---|
| Sterkte en stijfheid | Meer infill kan het onderdeel stijver maken, maar wanden en printoriëntatie zijn vaak belangrijker |
| Gewicht | Hogere infill gebruikt meer materiaal en maakt het onderdeel zwaarder |
| Printtijd | Meer infill betekent meer printbanen en dus meestal langere productietijd |
| Materiaalverbruik | Een hoger percentage verhoogt het filamentverbruik |
| Bovenoppervlak | Infill ondersteunt de toplagen, vooral bij grote vlakke oppervlakken |
| Krimp en warmteopbouw | Zeer hoge infill kan meer interne spanning, warmte en kans op vervorming geven |
Richtlijnen voor invullingspercentage
Het juiste percentage hangt af van de functie van het onderdeel. Een visueel model heeft meestal weinig infill nodig. Een montagehulp of technisch onderdeel vraagt meer interne ondersteuning, maar zelden een volledig massieve vulling.
| Invullingspercentage | Geschikt voor | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| 0 tot 10% | Decoratieve modellen, vormmodellen en lichte visuele prototypes | Controleer of de bovenlagen voldoende ondersteund worden |
| 10 tot 20% | Algemene prototypes, maquettes en onderdelen zonder zware belasting | Goede keuze wanneer gewicht en printtijd beperkt moeten blijven |
| 20 tot 35% | Functionele prototypes, houders, behuizingen en praktische onderdelen | Vaak een goede balans tussen sterkte, materiaalgebruik en printtijd |
| 35 tot 60% | Onderdelen die stijver moeten zijn of meer belasting krijgen | Beoordeel ook wanddikte, materiaal en printoriëntatie |
| 60 tot 100% | Specifieke toepassingen waarbij massa of volledige vulling nodig is | Zelden de efficiëntste keuze voor sterkte en vaak onnodig traag |
Waarom 100% infill meestal niet de beste keuze is
100% infill lijkt logisch wanneer een onderdeel zo sterk mogelijk moet zijn, maar in de praktijk is dit vaak niet efficiënt. Het onderdeel wordt zwaarder, duurder en trager om te printen. Daarnaast kan veel materiaal binnenin zorgen voor meer warmteopbouw, krimp en interne spanning.
Voor veel onderdelen levert extra wanddikte meer op dan een extreem hoog invullingspercentage. Wanden dragen sterk bij aan buigstijfheid en belastbaarheid, vooral wanneer krachten via de buitenkant van het onderdeel lopen.
Meer infill is niet altijd sterker
Wanddikte versus infill
Bij FDM-prints bestaat de sterkte voor een groot deel uit de buitenwanden. Infill vult de binnenruimte, maar de wanden bepalen vaak hoe goed een onderdeel bestand is tegen buiging, schroefpunten, randen en lokale belasting.
| Aanpassing | Wanneer zinvol? |
|---|---|
| Meer wanden | Bij onderdelen met belasting, schroefpunten, clips, randen of montagevlakken |
| Meer infill | Bij onderdelen die intern stijver moeten worden of bovenlagen beter moeten ondersteunen |
| Sterker materiaal | Wanneer het onderdeel in de praktijk meer taaiheid, hittebestendigheid of slagvastheid nodig heeft |
| Andere printoriëntatie | Wanneer de belasting ongunstig op de laaglijnen staat |
| Grotere wanddikte plus gematigde infill | Vaak efficiënter dan weinig wanden met extreem hoge infill |
Infill-patronen
Naast het percentage bepaalt ook het patroon hoe de binnenstructuur zich gedraagt. Sommige patronen printen snel, andere verdelen krachten beter of ondersteunen bovenlagen beter.
| Infill-patroon | Sterk bij | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Grid | Algemene prints en eenvoudige onderdelen | Snel en praktisch, maar kan op kruispunten materiaal ophopen |
| Lines | Snelle prints en onderdelen zonder zware belasting | Licht en efficiënt, maar minder gelijkmatig sterk |
| Gyroid | Functionele onderdelen met gelijkmatigere interne ondersteuning | Goede balans tussen sterkte, flow en printbaarheid |
| Cubic | Onderdelen die in meerdere richtingen stijf moeten zijn | Kan meer printtijd vragen dan eenvoudige patronen |
| Honeycomb | Stijve structuren en technische toepassingen | Kan langzamer printen door veel richtingswissels |
| Lightning | Visuele modellen waar vooral bovenlagen ondersteuning nodig hebben | Niet bedoeld voor sterke functionele onderdelen |
Infill en bovenlagen
Infill ondersteunt de bovenste gesloten lagen van een print. Bij een laag percentage kunnen grote vlakke bovenkanten soms doorhangen, omdat de printer te veel afstand moet overbruggen. Dit kan leiden tot gaten, ruwe oppervlakken of ingezakte zones.
De oplossing is niet altijd meer infill. Soms zijn meer toplagen, een kleinere laagdikte, een ander patroon of aangepaste koeling beter. Bij grote horizontale vlakken is de combinatie van infill en toplagen belangrijk.
Infill en printtijd
Invullingspercentage heeft veel invloed op printtijd. Meer infill betekent dat de printer meer interne lijnen moet maken. Bij grote onderdelen kan dit uren verschil maken.
De printtijd wordt ook beïnvloed door printsnelheid, laagdikte, nozzle diameter en het gekozen infill-patroon. Een snel patroon met matige infill kan soms efficiënter zijn dan een complex patroon met een lager percentage.
Infill en materiaalkeuze
Het gekozen materiaal bepaalt hoe zinvol extra infill is. Een taai materiaal met goede laaghechting kan bij een gematigd infillpercentage beter presteren dan een bros materiaal met hoge infill.
| Materiaal | Praktische infill-aanpak |
|---|---|
| PLA | Geschikt voor vormmodellen en lichte onderdelen, vaak met lage tot gemiddelde infill |
| PETG | Goede keuze voor functionele onderdelen met gematigde infill en voldoende wanden |
| ABS | Let op krimp en temperatuurcontrole bij hogere infillpercentages |
| ASA | Geschikt voor buitengebruik, met aandacht voor warping en wanddikte |
| TPU en flexibele materialen | Infill beïnvloedt flexibiliteit sterk: minder infill geeft meer buiging |
| Polycarbonate | Voor sterke technische onderdelen, maar instellingen en printomgeving zijn kritisch |
Infill bij flexibele onderdelen
Bij flexibele materialen bepaalt infill voor een groot deel hoe zacht of stijf het onderdeel aanvoelt. Een laag percentage met een open patroon kan een onderdeel veel flexibeler maken. Een hoger percentage maakt het onderdeel steviger en minder indrukbaar.
Voor onderdelen zoals grips, buffers, dempers of afdichtingsachtige vormen moet de infill dus bewust worden gekozen op basis van het gewenste gedrag, niet alleen op sterkte.
Infill in combinatie met andere instellingen
Infill werkt samen met andere slicerinstellingen. Een hoger invullingspercentage kan gevolgen hebben voor printtijd, temperatuur, koeling, materiaalflow en de kans op vervorming.
| Instelling | Relatie met infill |
|---|---|
| Laagdikte | Dikkere lagen maken infill sneller, maar kunnen detail en bovenlagen beïnvloeden |
| Printsnelheid | Infill wordt vaak sneller geprint dan buitenwanden, maar flow moet stabiel blijven |
| Temperatuurinstellingen | Meer materiaal per seconde kan een andere temperatuur of lagere snelheid vragen |
| Wanddikte | Meer wanden kunnen sterker en efficiënter zijn dan extreem hoge infill |
| Toplagen | Lage infill vraagt soms meer toplagen voor een gesloten bovenkant |
| Supports | Infill en supports beïnvloeden samen de interne opbouw en printtijd |
Veelgemaakte fouten bij infill
- 100% infill kiezen terwijl extra wanden efficiënter zouden zijn
- Te lage infill gebruiken onder grote vlakke bovenkanten
- Alleen infill verhogen zonder materiaal en printoriëntatie te beoordelen
- Een sterk patroon kiezen terwijl printtijd belangrijker is dan extra stijfheid
- Te hoge infill gebruiken bij krimpgevoelige materialen, waardoor spanning en warping toenemen
- Flexibele onderdelen te veel vullen, waardoor ze niet meer flexibel genoeg zijn
Praktische keuzehulp
| Toepassing | Aanbevolen richting |
|---|---|
| Decoratief model | Lage infill, voldoende toplagen en focus op oppervlak |
| Snel prototype | Lage tot gemiddelde infill om tijd en materiaal te besparen |
| Functioneel onderdeel | Gemiddelde infill met voldoende wanden en geschikt materiaal |
| Onderdeel met schroefpunten | Meer wanden en lokale versteviging belangrijker dan alleen infill |
| Flexibel onderdeel | Infill laag houden of patroon kiezen op gewenste flexibiliteit |
| Zwaar belast onderdeel | Materiaal, oriëntatie, wanddikte en infill samen beoordelen |
Invullingspercentage bij professionele 3D-printopdrachten
Bij professionele 3D-printopdrachten wordt infill gekozen op basis van de toepassing van het onderdeel. Een visueel model, montagehulp, behuizing of functioneel prototype vraagt telkens een andere balans tussen sterkte, gewicht, printtijd en kosten.
Bij Online 3D Printen kijken we daarom naar materiaal, wanddikte, printoriëntatie, belasting, maatvoering en afwerking. Zo wordt het onderdeel niet onnodig zwaar of duur, maar wel geschikt voor het beoogde gebruik.
Wil je weten welke infill en materiaalkeuze past bij jouw onderdeel? Via onze 3D-printservice kun je een bestand uploaden of advies aanvragen over printbaarheid en uitvoering.